dinsdag 11 oktober 2016

Set the Controls for the Heart of the Sun

Eenieder wiens geest niet verontrust wordt bij de gedachte aan een object dat honderden miljoenen jaren achtereen kan branden, is volstrekt gek.

maandag 26 september 2016

Social engineering en WO I

Anders dan alle gangbare geschiedschrijving wil doen geloven, lieten de toenmalige machthebbers een internationaal conflict escaleren tot de eerste wereldoorlog om een halt toe te roepen aan de internationale socialistische revolutie in Europa. In 1914 had de socialistische beweging zonder twijfel het momentum in Rusland, Duitsland en Frankrijk. Door de oorlog werd het momentum weggenomen en omgezet in een jarenlange mens- en materiaalslacht. In deze slacht werd de jonge generatie die de voorhoede had kunnen vormen van de internationale socialistische revolutie opgeofferd.

Epochaal in de zin van Walter Benjamin's geschiedsfilosofie is de moord op de franse socialist Jean Jaurès, wiens begrafenisdag samenviel met de aankondiging van de nationale mobilisaties in Europa. Voor Jaures was de aaneensluiting van de nationale socialistische partijen tot een internationale beweging de weg en het doel van zijn leven geweest.

Jean Jaurès werd vermoord op 31 juli 1914, precies een dag voor de mobilisaties waarmee de eerste wereldoorlog begon. Op de dag van Jaurès’ begrafenis stemden zowel de Franse als de Duitse sociaaldemocraten voor de oorlogsbegrotingen van hun beider landen. Dit besluit vormde het einde van de internationale socialistische droom. Zijn moordenaar, de nationalist Raoul Villain (what's in a name) die de moord zonder twijfel in opdracht uitvoerde, zat tijdens de oorlog vijf jaar in voorarrest en de ironie wil dat hij na de oorlog werd vrijgesproken omdat "hij de natie een grote dienst had bewezen". "Zonder zijn moordaanslag had Frankrijk nooit de oorlog kunnen winnen", stond in het vonnis.

vrijdag 23 september 2016

Who pays the ferryman?


In deze tijd steken we de evenaar van de melkweg over.

donderdag 7 juli 2016

De vijfde natuurkracht

De mens is door de symbiose met de technologie zelf een natuurkracht geworden op kosmische schaal en hij moet als zodanig behandeld worden.

dinsdag 28 juni 2016

Yes, the river knows

Heideggers Gestell als drijvende kracht achter én toestand van onze gesteldheid kan niet begrepen worden zonder de etymologische betekenis van het woord ghestelle: hoogte tussen twee rivierdalen.

Impliciet wees Heidegger zelf in die richting met zijn uitleg van Hölderlins hymne Der Ister waarin de rivier voorkomt als het andere dan de mens. En vanuit antropologisch perspectief is de rivierbedding natuurlijk de plaats waar de mens zich aanvankelijk heeft verzamelt.

De rivier als stroom is een zelfstandige kracht die zich niet laat beteugelen en leiden; de stroom zelf ontkent controle en herhaalbaarheid. Zoals Herakleitos zei, je kunt niet twee keer in dezelfde rivier stappen.

Er is nog een rivier die alles verteld over Heideggers uitleg van de werkelijkheid: de Lèthè, de rivier van de vergetelheid. Heidegger gebruikt het griekse woord alètheia als onthulling van de werkelijkheid of waarheid. Maar er zit een ontkenning in het woord: a-lètheia. Alètheia betekent dus ontvergeten, dat wil zeggen herinneren. Wij herinneren ons de wereld. Ook Plato wist dit; lees de Timaeus er maar op na.

Op het hoogtepunt van het Gestell, als de digitalisering van de fysieke wereld en haar mensen is voltooid en alles tot depot is gereduceerd, kijkt de laatste mens vanaf de hoogte van zijn macht over zijn rijk en ziet hij de totaal gecontroleerde materie, wetende dat die controle uiteindelijk ook hem zal treffen tot hij van zijn lichaam is ontdaan en zijn geest opgesloten zal zijn in het web. De reductie van zijn dat in de geschiedenis van de Seinsvergessenheit haar bestaan heeft gevonden treft de mens als bestand van sensaties. Wij zullen verdwijnen en vergeten worden, als een afdruk van onze voet aan de oevers van de rivier der vergetelheid. Het lijkt onvermijdelijk geworden. De evolutie heeft voor enige tijd ons lichaam als platform gekozen om het menselijke tot mobiliteit te brengen. Maar daarvoor heeft zij het lichaam straks niet meer nodig.

donderdag 7 april 2016

Nieuwe oogst

Economie gaat over het oogsten van verlangens en behoeften. Het is belangrijk de consument constant uit evenwicht te houden door hem dag in dag uit te confronteren met een tekort op zijn geluk. Daarmee blijft de droomfabriek draaien.
Elke mens hangt in een staat van opwinding in een draadloos netwerk dat hem permanent aftast op ontwakende illusies van zijn ego. Het ego zoekt bevestiging dat het er is en er toe doet. De opwinding is die van de kick van de kans.


Het sonderende netwerk en het gemankeerde ego vinden elkaar in de oneindige mogelijkheden van onze markt op de wijze van het orgasme. Het begrip orgasme is niet alleen afkomstig van het griekse orgasmos dat opwinding en zwelling betekent, het is ook gerelateerd aan impuls, opwinding en boosheid. Deze betekenis dekt naadloos het eenzame avontuur van de koper. Elk orgasme leidt tot een bevrediging van het tekort tot het ego uit twijfel aan zichzelf een nieuw gemis ervaart. Het netwerk heeft het signaal alweer opgevangen. En het oogsten begint van voor af aan.

vrijdag 12 februari 2016

Bodyfullness

De belangrijkste vraag van de filosofie is altijd geweest die naar de mogelijkheid van kennis. Zonder zich van de implicaties bewust te zijn gaat de mens zomaar uit van een overeenstemming tussen zijn en denken; maar hoe overbrugt het denken de ruimte tussen hetzelf en de wereld. En op welke wijze is gegarandeerd dat we met onze oordelen ware uitspraken doen over de wereld?

Van het laatste punt kunnen we wellicht nooit zeker zijn, voor de beantwoording van de eerste vraag moeten we ook ons eigen lichaam in het spel brengen. Is niet ons lichaam de router waarmee ons neurale netwerk connecteert naar het ontologische netwerk. De vraag naar de mogelijkheid van kennis moet daarom nadrukkelijk vragen naar dynamische protocollen van het lichaam. Deze protocollen zijn de succesvolle regels van de evolutie, maar maken daar zelf ook onderdeel van uit: namelijk alle routeringen van prikkels die het ons mogelijk gemaakt hebben om een strategisch voordeel te behalen op de omgeving - vanaf de enkele cel tot de voorlopige mens. In zoverre is waarheid datgene dat werkt.

Niet succesvolle protocollen zijn afgestorven of storen nog altijd de communicatie binnen het totale systeem.

De protocollen verschijnen in de code of operations van ons zintuigelijke waarnemen maar zijn daar tegelijkertijd door beperkt in de zin dat we nu bijvoorbeeld alleen nog met ons oog kunnen zien terwijl we dat eigenlijk met ons hele lichaam kunnen.

vrijdag 18 september 2015

Het geheim van het mysterie

Het vreemde aan het jodendom is dat het oorspronkelijk nauwelijks een mysteriereligie was. Er is God die waakt over zijn volk, er zijn wetten en voorschriften uit de Tenach die het voor de gojim onmogelijk maken te integreren in de joodse gemeenschap, er zijn de 10 geboden uit de Thora die het begin en het einde vormen van een goed leven, en er is het Heilige der Heilige dat een maal per jaar bezocht mocht worden door de hogepriester. Alleen dit laatste aspect suggereert een bepaalde vorm van mysteriecultus, maar de handeling van het zoenoffer is alles behalve een geheimzinnige metafoor van een nog dieper geheim. Er zijn geen myterieriten zoals die bij de cultussen van Eleusis, Dionysos, Orpheus of Mitras. Pas in de 12de eeuw zou er binnen het jodendom een mysteriecultus ontstaan in de vorm van de Kabbala.

En toen was daar Jezus met het onvoorstelbare inzicht van de genade van God en de vergeving van de zonde. Gods genade wordt uitgestort over rechtvaardigen en zondaars tegelijk. Een volstrekt anarchistisch principe gezien vanuit het standpunt van Thora en Tenach. En zelfs voor de meeste christenen in onze tijd nog ondenkbaar. Jezus' leer en leven zijn manifestaties van godsdienst zonder meer. Wie had kunnen bedenken dat door de genade van God onze beker steeds weer gevuld wordt - is dat niet de heilige graal?

En daar blijft het niet bij. Op het moment dat Jezus stierf scheurde de voorhang die toegang gaf tot het Heilige der Heilige: God zelf werd voor alle mensen zichtbaar in de persoon van Jezus. Jezus is het aangezicht van God.

Deze finale betekent daadwerkelijk het einde van alle mysteriecultus. 'Mysterie' is afgeleid van het griekse werkwoord myein dat (af)sluiten betekent. Het heeft betrekking op het sluiten van de ogen en de lippen; de ingewijde betreedt het duister, moet zijn ogen sluiten of wordt geblinddoekt en mag later niet spreken van hetgeen hem overkomen is. Maar Jezus is het licht, door Hem staan wij oog in oog met God. En de Heilige Geest heeft onze lippen geopend opdat wij spreken van Hem en God loven.

En toch is de toegang tot God middels Jezus het meest diepgaande mysterie dat ooit aan de mens is meegedeeld.

maandag 13 april 2015

All in the mind

Plato's gebruik van de literaire vorm van de dialoog is het onwillekeurige resultaat van zijn uitleg van de eigenheid der dingen als intelligibel idee. Zover geldt ook voor Plato's filosofie dat hoe hij het weergeeft, verraadt wat het hem doet. Niet voor niets vormt die uitleg voor Nietzsche een bewijs van Plato's nihilisme. De kunstmatige dialoog tussen 2 mensen zoals die voorkomt in de werken van Plato, en die in werkelijkheid een monologue intérieur is, sluit de werkelijkheid op in de besloten en intieme ruimte van het denken. Dit lukte niet in poëtische rede van zijn voorgangers waarin het universum buiten het denken bestaat en zelf tot ons spreekt.

Uit de dialoog ontwikkelde zich de taal van de meta/fysica waarin het denken de materie overstijgt en uiteindelijk aan zichzelf genoeg heeft. Alle meta/fysica en daarvan afgesplitste vakwetenschap is in wezen een uitdijend mozaïek van teksten die voor eeuwig naar elkaar verwijzen zoals de reflexies in een spiegelpaleis. In het proces van verwijzing ontstaat betekenis. Dit proces heet in de taalwetenschap dialogisme; een naam waarin de persoon van Plato en zijn Dialogen doorklinken en dat zich als zodanig op zichzelf toepast.

Alle taal is tweedehands omdat de woorden die wij gebruiken om de dingen te benoemen al eerder en zoveel vaker zijn gebruikt. Enkel de mythologische Adam noemde de dingen bij naam, namelijk de eerste benoeming. Dit zijn de namen waarmee het heelal en de aarde zich tot ons wenden en van hun lot verhalen. De Griekse tragedies en de ontstaansmythen zijn ervan doortrokken. En zelfs in de vraagstelling van Heraclitus en Parmenides schemeren de contouren die eerste benaming door, namelijk in de vorm van een fotografisch negatief.

vrijdag 10 mei 2013

Een doodlopende weg

Elke religie heeft geprobeerd het geheim van het leven in rituelen te vangen. En de ervaring is steeds dezelfde: je kijkt in je net maar na verloop van tijd vind je een stervende vis. Het leven lacht ons in ons gezicht uit en al onze rituelen verslijten tot vorm. Je kijkt om je heen en voelt dat je iets bent kwijtgeraakt, iets wezenlijks. Niet alleen het ritueel. Maar ook het leven.

En dus stort je je op alle rituelen en symbolen die je kunt vinden om via de omgekeerde weg het leven terug te vinden. Aan het eind van deze weg staat het naakte lichaam, getatoeëerd en doorboord met piercings: beschadigingen van het meest nabije leven dat je kunt vinden, je eigen lichaam. Zelfmutilatie als maskering en bevestiging van het verlies van leven. En de fysieke pijn, toegebracht aan het eigen lichaam als enige toegang tot de ervaring van dit verlies. Het masker onthult het ware gezicht van de gemaskerde. Een sadomasochist.